direct naar inhoud van 4.7 Ecologie
Plan: Landelijk Gebied, locatie paardenwei Berg en Heideweg
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0275.BPLG10-0003

4.7 Ecologie

In het kader van de een goede ruimtelijke onderbouwing moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de (mogelijke) natuurwaarden. Daartoe wordt onderscheidt gemaakt naar:

  • 1. Gebiedsbescherming;
  • 2. soortenbescherming.

Ad 1: Gebiedsbescherming

Nederland heeft sinds 1998 een nieuwe natuurbeschermingswet, die zich alleen richt op de bescherming van gebieden. Sinds 1 oktober 2005 is de Natuurbeschermingswet 1998 gewijzigd en zijn de bepalingen vanuit de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn, aangevuld met de vroegere Beschermde- en Staatsnatuurmonumenten in de wet verwerkt. In de Natuurbeschermingswet zijn de volgende gronden aangewezen en beschermd:

  • 3. Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden);
  • 4. beschermde Natuurmonumenten;
  • 5. wetlands.

Naast deze drie gebieden is er de (Provinciale) Ecologische Hoofdstructuur ((P)EHS) welke in het kader van de gebiedsbescherming van belang is. De (P)EHS is een samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden in Nederland. Het bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingszones. De EHS draagt bij aan het bereiken van de hoofddoelstelling van het Nederlandse natuurbeleid, namelijk: 'Natuur en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving'. In de EHS geldt een Nee-tenzij principe ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen. De volgende uitgangspunten van zijn in het kader van de EHS doelen van belang: 

  • 1. Vergroten: het areaal natuur uitbreiden en zorgen voor grotere aaneengesloten gebieden;
  • 2. Verbinden: natuurgebieden zoveel mogelijk met elkaar verbinden;
  • 3. Verbeteren: de omgeving zo beïnvloeden dat in natuurgebieden een zo hoog mogelijke natuurkwaliteit haalbaar is.

Tot slot worden via de Boswet bosgebieden en houtopstanden beschermd. De Boswet heeft als doelstelling de instandhouding van het Nederlandse bos en andere houtopstanden. Op basis van deze wet zijn er regels voor het kappen of herplanten van bos buiten de bebouwde kom. Er is een ondergrens aanwezig bestaande uit een rijbeplanting van minimaal twintig bomen of 1.000 m2 bos. Bos wat wordt gekapt moet worden herplant op dezelfde locatie, of elders worden gecompenseerd.

Ad 2: Soortenbescherming

Sinds 1 april 2002 regelt de Flora- en faunawet de bescherming van in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden.

Voor de soortenbescherming geldt dat deze voor elk plangebied geldt. In elk gebied zouden bijzondere soorten kunnen voorkomen dan wel elk plangebied kan geschikt zijn voor deze soorten. Voor iedereen in Nederland geldt altijd, dus ook los van het voorliggende boogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menig soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.

In het kader van de soortenbescherming dient beoordeeld te worden wat via het ruimtelijke project wordt toegelaten in aanvulling op wat al mogelijk is. Zo is sloop van bebouwing of het verrichten van werken (maaien, kappen etc.) vaak ook al mogelijk zonder een ruimtelijk besluit in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee wordt voorliggend plan echter niet ontslagen van een integrale blik op het totale project: dus inclusief ingrepen die ook zonder het beoogde Wro-besluit mogelijke zijn.

Dit plan

Het plangebied ligt nabij de EHS. Onderstaande afbeelding komt uit de ‘Atlas Groen Gelderland EHS Structuurplan 2005’.

afbeelding "i_NL.IMRO.0275.BPLG10-0003_0008.jpg"

Afbeelding 6: Uitsnede Ecologische Hoofdstructuur (bron: Atlas Groen Gelderland)

Doordat er geen veranderingen in het feitelijke gebruik plaats vindt is het effect vanuit het plangebied op de EHS nihil. Ook voor de overige gebiedsbeschermingsregelingen als hiervoor genoemd geldt dat, doordat er geen feitelijke veranderingen plaatsvinden, het effect nihil is. Voeg daaraan toe dat het feitelijke gebruik goed inpasbaar is op deze locatie en in deze omgeving, en geconcludeerd kan worden dat vanuit oogpunt van de gebiedsbescherming geen verder onderzoek hoeft uit te gaan naar het effect van dit plan op de ecologische waarden in de omgeving. Ditzelfde geldt voor de soortenbescherming vanuit oogpunt van de Flora- en Faunawet. In een quick scan ecologie is dit verder onderbouwd. Deze scan is als bijlage 1 opgenomen bij dit bestemmingsplan.